Het verhaal hieronder van Sara Lampie is op 4 mei 2026 voorgelezen door Ger van Helden, de huidige bewoner van de boerderij waar Sara op het einde van de oorlog ondergedoken zat.
Voorgelezen verhaal
Geachte aanwezigen,
Vandaag vertel ik u het verhaal van Sara Klara Lampie, een jonge Joodse vrouw die tijdens de Tweede Wereldoorlog ondergedoken zat op de boerderij waar ik nu woon. Die boerderij was toen van mijn opa Grad van Helden, mijn vader Handrie woonde ook nog thuis, samen met zijn broer Bert en zijn zussen Stien en Mien.
Sara Lampie werd in 1919 geboren in Amsterdam, als enig kind van Simon en Elisabeth Lampie. De familie leefde al generaties in Nederland. Maar vanaf 1942 werd alles anders.
De Joodse bevolking werd steeds verder uitgesloten en vervolgd. Sara verloor haar ouders, eerst haar moeder die werd weggevoerd, daarna haar vader die ervoor koos zijn vrouw niet in de steek te laten. Beiden kwamen om in de vernietigingskampen.
Sara bleef alleen achter, ze moest onderduiken. Met een valse identiteit, ze heette voortaan Nelly. Via verschillende onderduikadressen kwam ze uiteindelijk terecht in Melderslo.
Het was tijdens de nacht. Na een lange fietstocht over donkere wegen kwam Sara aan bij onze boerderij, het huis van Grad van Helden, weduwnaar en vader van acht kinderen.
Ze wist niet waar ze was. Ze wist alleen dat ze moest hopen dat dit een veilige plek zou zijn.
Grad en zijn kinderen wisten vanaf het begin dat ze een Joodse onderduikster ontvingen. Ze kenden het gevaar. Duitse soldaten patrouilleerden in de regio. De risico’s waren levensgroot. Toch twijfelden ze niet. Zoals later vaak werd gezegd: “Het was vanzelfsprekend dat je mensen in nood hielp.”
Maar vanzelfsprekend was het niet. Het was moedig. Het was menselijk. Het was levensreddend.
In Melderslo kreeg Sara, oftewel Nelly, opnieuw een andere identiteit: vanaf nu was ze een katholiek dienstmeisje uit het westen, dat kwam helpen op de boerderij. Het dorp moest denken dat zij een gewone dienstmeid was. Ze ging mee naar de kerk, ze maakte het kruisteken en leerde de katholieke gebeden en rituelen. Ze nam deel aan het hier gebruikelijke katholieke leven, niet vanuit geloof, maar vanuit de noodzaak om niet op te vallen.
Ze werkte in huis en op het land, hielp bij de huishouding en bij de dieren. Ze deelde het dagelijkse ritme met Stien, met wie ze snel bevriend raakte. Stien vertrouwde haar zelfs haar liefdesperikelen toe, kleine stukjes menselijkheid in een tijd waarin angst en onzekerheid overal aanwezig waren.
Grad en zijn kinderen gaven haar niet alleen onderdak, maar ook warmte. Ze werd opgenomen in het gezin, alsof ze er altijd had gehoord. Werken op het land, avonden in de keuken, gesprekken aan tafel, alles hielp haar om in Melderslo een plek te vinden.
En het dorp, dat kende haar als ‘Nelly’, en niemand wist wie zij werkelijk was.
Alleen pastoor Teeuwen was op de hoogte. Hij sprak met haar en kende haar geheim. Hij bewaakte het, zoals de familie dat ook deed.
In het najaar van 1944 veranderde de situatie drastisch. De frontlinie kroop richting Horst en Melderslo. Duitse soldaten trokken het dorp binnen en ook de boerderij van Grad werd bezet. In de kelder werd een telefooncentrale ingericht. Soldaten zaten ’s avonds aan tafel in de keuken, soms aan dezelfde tafel waaraan Sara werkte of haar eten at.
Sara verstond elk woord Duits dat zij spraken. Maar ze deed alsof ze hen nauwelijks begreep. Want één verkeerde uitspraak, één verkeerde reactie, en haar leven, en dat van de familie, zou voorbij kunnen zijn.
Ze heeft later geschreven hoe bang ze was dat ze zich zou verspreken. Dat de soldaten zouden ontdekken wie ze was. Ze leefde tussen hen in, maar zonder ooit zichzelf te kunnen zijn.
En toch hield ze vol. Ze moest. Het einde van de oorlog kwam dichterbij.
In november 1944, na weken van strijd, vertrokken de Duitse soldaten plotseling. De stilte die achterbleef was bijna onwerkelijk. Er waren geruchten over mijnen, over valstrikken, over naderend geweld. Maar de geallieerden waren dichtbij.
Toen Britse soldaten eindelijk de straat in kwamen lopen, rende Sara hen tegemoet. Ze was zo’n beetje de enige in Melderslo die Engels sprak.
Op dat moment was Sara vrij.
En nu kon ze zichzelf weer zijn. Nu kon ze zeggen wat ze al die tijd verborgen had moeten houden: “Ik ben Joods.”
Kort na de bevrijding vertrok Sara naar Eindhoven, waar zij ander werk vond en opnieuw begon te bouwen aan haar toekomst. Later emigreerde ze naar Israël, waar ze trouwde, kinderen kreeg en een nieuw leven opbouwde.
De band met Melderslo en met de familie Van Helden bleef bestaan. In 1992 kwam Sara terug naar Melderslo. Ze sprak met mijn vader en moeder en andere familieleden. Ze vertelde over haar herinneringen, over de angst, maar vooral over de warmte die ze hier had ervaren.
Ze bleef haar hele leven dankbaar. De familie Van Helden had haar gered.
Letterlijk.
Sara overleed onverwacht in 1993. Maar haar verhaal leeft. Hier, vandaag, in Melderslo waar ze zoveel angst én zoveel menselijkheid heeft ervaren.
Wanneer wij hier vandaag herdenken, eren we niet alleen de miljoenen slachtoffers van het geweld, maar ook de mensen die, vaak stil en zonder erkenning, het goede deden.
Grad van Helden en zijn kinderen hoorden bij die mensen. Ze riskeerden hun leven, niet omdat ze helden wilden zijn, maar omdat ze vonden dat het móest.
Sara leefde een lang leven, mede dankzij hen.
En dankzij verhalen zoals deze worden we eraan herinnerd wat menselijkheid betekent, ook in de donkerste tijden.
Moge haar naam, en hun daden, bewaard blijven in onze gedachten.
Foto’s tijdens de lezing
Meer informatie:
- Het verhaal dat Sara zelf geschreven heeft voor haar kinderen (in PDF): hier.
- Een bewerking van het verhaal van Sara is ook te vinden in het boek ‘Alsof het ons eigen kind was’ van Fred Roodenburg. Hierin wordt verteld hoe het contact tussen Sara en de familie van Helden in de jaren 1990 tot stand kwam (in PDF): hier.
- Verder hebben we een reactie ontvangen van de zoon van Sara Lampie, Itamar Simonson, emeritus professor van de universiteit van Stanford. Hij schrijft het volgende: “Hartelijk dank dat u mij over de traditie van de 4 mei-herdenking hebt verteld. Ik was mij daar niet van bewust en vind het belangrijk en ontroerend. In dat verband: zoals u wellicht weet, heeft mijn moeder haar memoires geschreven, voornamelijk over wat haar vóór, tijdens en in beperkte mate na de oorlog is overkomen. Het onderduiken bij de familie Van Helden in Melderslo (en in enkele andere dorpen) heeft zeker haar leven gered. Mijn moeder (die in 1993 is overleden) schreef haar memoires in het Hebreeuws, en ik heb deze naar het Engels vertaald (bijgevoegd). Dank aan u en aan iedereen in het dorp Melderslo. Mijn zus heeft drie kinderen en zes kleinkinderen. Mijn vrouw en ik hebben twee kinderen en zes kleinkinderen. Wij zijn de familie Van Helden en de goede mensen van Melderslo allemaal veel verschuldigd voor hun moed.”
- NIeuwsbrief 12-2012 ‘Wist u dat … in Tweede Wereldoorlog in Melderslo 19 Joden op 12 adressen ondergedoken hebben gezeten?’: hier.




